
Om en nabij 21 maart, als de zon het sterrenbeeld van de ram binnengaat, valt de dag van de voorjaarsevening. Daarmee begint volgens de kalender het voorjaar. De zon heeft haar overwinning op de koude donkere tijd van het jaar bevochten. Langzaam worden de dagen langer dan de nachten. In de bergen smelt de sneeuw en het water in beken en rivieren stijgt. De grauwe natuur begint langzaam kleur te krijgen, vooral als de knoppen aan bomen en struiken op het punt staan open te barsten en er over de natuur als het ware een heel fijn groen waas hangt.
Na de koude winter komen in het voorjaar de vogels weer terug. Je kunt ze weer in de bomen, op de daken, op de grond en in de lucht horen jubelen. Door hun gezang markeren ze hun territorium voor hun soortgenoten.
Al in januari kun je de lokroep van de koolmees horen. Iets later komt de pimpelmees en vanaf februari beginnen ook de mussen te kwetteren.
Langzaam maar zeker keren de trekvogels terug, de een na de ander. Als je goed oplet kun je zien dat zij die in de herfst als laatste zijn weggetrokken, in het voorjaar weer als eerste terug zijn.
Vanaf februari zie je weer spreeuwen, kieviten en leeuweriken. Pas eind april keren de kwikstaart, de zwaluw, de gierzwaluw en de koekoek terug.

Toen ik vanmorgen buitenkwam
bracht de wind zo'n geurtje mee
van honing, hooi en zonnebloemen
en een vleugje zand en zee.
En alles was nog stil
de schommelstoel op het terras,
de roze rozenstruik en ik
op blote voeten in het gras.
Twee wolkjes zeemden ijverig
de lucht van lichtblauw glas.
Ze wuifden naar de zon
die net als ik al wakker was,
terwijl daarbinnen iedereen
nog steeds te slapen lag.
En ik begreep: dit wordt
de allermooiste zomerdag.

Omstreeks 22 september, als de zon het sterrenbeeld van de weegschaal binnentreedt, zijn de dagen en nachten even lang. Dan begint volgens de kalender de herfst. De baan van de zon neigt steeds meer naar de aarde, en de dagen worden korter dan de nachten.
In de zomer heeft de aarde al haar levenskrachten volledig uitgeademd. In de herfst ademt de aarde weer in. De levenskrachten in de natuur trekken zich terug en voegen zich in de kringloop van het sterven en weer tot leven komen. Nog voor de grote herfststormen beginnen de vruchten en de bladeren zich van de bomen los te maken. Dansend zweven de bladeren door de lucht naar beneden.
Nu breekt de tijd aan waarin het gezellig in huis kan worden. Waarin we met de kinderen kunnen gaan knutselen en gezamenlijk vooruit kijken naar de lichtfeesten die gaan komen.
Soms kunnen we nog genieten van enkele heerlijk warme dagen gedurende de herfst. In Duitsland noemen ze dat ‘de oude-wijvenzomer’. Op die warme dagen kan men ontelbare fijne zilverglanzende draden aan bomen en struiken zien hangen en door de lucht zweven. Ze stammen van de dwergspinnen , die zich daarmee verplaatsen .
Er werd verteld dat de herfstwind in de allerbeste bui was, als hij zijn grootmoeder met zijn geblaas door bomen en struiken kon jagen. Hij verheugde zich er het meest op als haar lange, in een knot gedraaide haren los gingen en naar alle kanten fladderden, waardoor ze in de takken verstrikt raakten. Als de mensen de volgende morgen, wanneer de zon weer doorbrak de vele zilverwitte draden zagen, noemden ze die ‘grootmoedersharen’.

Rond 21 december, als de zon het sterrenbeeld van de steenbok binnengaat, valt de winterzonnewende. Daarmee begint volgend de kalender de winter. De zon heeft haar diepste punt bereikt en de dagen worden langzaam maar zeker weer langer.
De aarde heeft alle levenskrachten in zich teruggetrokken en ziet er uiterlijk levenloos en kaal uit. Als het vriest geeft de anders zo zachte grond onder onze voeten niet meer mee. Kinderen genieten van de dunne ijsvliesjes die dan op de plassen liggen; het maakt een heerlijk krakend geluid als je erop gaat staan.
En soms, zoals dit jaar, brengt de winter een flink pak sneeuw; dan is de kinderpret niet van de lucht.